
Deze tool werkt met een laag van puntobjecten en een laag van vlakobjecten. Invoergebiedobjecten kunnen van een polygoonlaag zijn of ze kunnen vierkante of zeshoekige bins zijn berekend als de tool wordt uitgevoerd. De tool bepaalt eerst welke punten binnen elk opgegeven oppervlak vallen. Nadat de ruimtelijke relatie van de punten in een oppervlak is bepaald, worden statistieken voor alle punten in het oppervlak berekend en aan het oppervlak toegewezen. De meest eenvoudige statistiek is het aantal punten binnen het oppervlak, maar u kunt ook andere statistieken opvragen.
Stel bijvoorbeeld dat u puntobjecten van locaties van cafés hebt en oppervlakobjecten van provincies en u wilt de verkoop van koffie per provincie samenvatten. Stel dat de cafés over een TOTAL_SALES-attribuut beschikken, dan kunt u de som van de TOTAL_SALES in elke provincie opvragen of de minimale of maximale TOTAL_SALES in elke provincie of andere statistieken zoals de telling, reeks, standaardafwijking en variantie.
Deze tool kan ook werken met data die tijdingeschakeld is. Als de tijd is ingeschakeld op de invoerpunten dan zijn de tijdsplistingsopties beschikbaar. Met tijdsplitsing kunt u de punt-in-gebied relatie berekenen en kijken naar een specifieke splitsing in de tijd. U kunt bijvoorbeeld naar uurlijkse intervallen kijken, wat resulteert in outputs voor elk uur.
Stel voor een voorbeeld met tijd dat u puntobjecten had van elke transactie bij verschillende cafés en geen gebiedslaag. De data is een jaar opgeslagen en elke transactie heeft een locatie en een tijdstempel. Ervan uitgaande dat elke transactie een TOTAL_SALES attribuut heeft, kunt u de som van alle TOTAL_SALES krijgen binnen de ruimte en tijd van belang. Als deze transacties voor een enkele stad zijn, kunnen we gebieden genereren in rasters van 1 kilometer en kijken naar de wekelijkse tijdsplitsingen om de transacties samen te vatten in tijd en ruimte.
De puntlaag die in gebieden wordt geaggregeerd. Puntlagen die zijn geaggregeerd naar Vier- of Zeshoekige bins moeten de processing ruimtelijke referentie moet worden ingesteld op een geprojecteerd coördinaatsysteem met behulp van de Analysis Environments.
Naast het kiezen van een laag van uw kaart, kunt u kiezen voor Blader door lagen aan de onderkant van de drop-downlijst om in uw content te zoeken naar een groot gedeeld databestand of objectlaag.
De gebieden waar de puntlaag in wordt geaggregeerd. U kunt kiezen tussen een gebiedslaag die u verstrekt of bins die worden gegenereerd als de tool wordt uitgevoerd. Bij het genereren van bins, voor Vierkant bepalen het gespecificeerde aantal en de eenheden de hoogte en de lengte van het vierkant. Voor Zeskant bepalen het gespecificeerde aantal en de eenheden de afstand tussen de evenwijdige zijden.
Analyse d.m.v. vier- of zeshoekige bins vereist een geprojecteerd coördinaatsysteem. U kunt het Processing coördinaatsysteem instellen bij Analysis Environments. Als uw processing coördinaatsysteem niet op een geprojecteerd coördinaatsysteem is ingesteld, zal u gevraagd worden het in te stellen wanneer u Analyse uitvoeren kiest.
De gebiedslaag waarnaar de punten worden geaggregeerd. Punten die binnen de grenzen van gebieden in deze laag liggen, worden geteld en eventueel samengevat voor uw keuzes van statistieken.
Ofwel de Bingrootte voor bins of een Gebiedslaag moet worden ingesteld.
De afstand gebruikt om bins te genereren om uw invoerpunten in te aggregeren. Voor een vierkante bin vertegenwoordigt de grootte de hoogte van het vierkant. Voor een zeshoek vertegenwoordigt de grootte de hoogte van de zeskant (van evenwijdige zijden).
Ofwel de Bingrootte voor bins of een Gebiedslaag moet worden ingesteld.
Als de tijd is ingeschakeld op de invoerpuntlaag en het is van het type instant, dan kunt u analyseren met behulp van tijdstappen. Er zijn drie parameters die u kunt instellen als u tijd gebruikt:
Stel u voor dat uw gegevens een jaar vertegenwoordigen en u wilt ze analyseren met behulp van wekelijkse stapjes. Om dat te doen, moet u Tijdstapinterval instellen op 1 week.
Stel u voor dat uw gegevens een jaar vertegenwoordigen en u wilt ze analyseren aan de hand van de eerste week van de maand. Om dat te doen moet u Tijdstapinterval instellen op 1 week, Hoe vaak wordt de tijdstap herhaald op 1 maand en Tijd om de tijdstappen op uit te lijnen op 1 januari, om 12:00 uur.
Tijdsinterval gebruikt voor het genereren van tijdstappen. Tijdstapinterval kan alleen worden gebruikt of gebruikt met de Hoe vaak wordt de tijdstap herhaald of Tijd om de tijdstappen op uit te lijnen parameters.
Als u tijdsplitsingen wilt creëren die plaatsvonden op elke maandag van 9:00 uur tot 10:00 uur, dan is Tijdstap 1 uur, Hoe vaak wordt de tijdstap herhaald is 1 week en Tijd om de tijdstappen op uit te lijnen is 9:00 uur op maandag.
De stap gebruikt voor het berekenen van een tijdsplitsing. Hoe vaak wordt de tijdstap herhaald kan alleen worden gebruikt of met Tijdstapinterval met Referentietijd of met beide Tijdstapinterval en Tijd om de tijdstappen op uit te lijnen.
Als u tijdsplitsingen wilt creëren die plaatsvonden op elke maandag van 9:00 uur tot 10:00 uur, dan is Tijdstap 1 uur, Hoe vaak wordt de tijdstap herhaald is 1 week en Tijd om de tijdstappen op uit te lijnen is 9:00 uur op maandag.
De datum en tijd gebruikt om tijdsplakken op af te stemmen Tijdstap start vanaf en gaat verder terugwaarts naar deze tijd. Als er geen referentietijd wordt geselecteerd, zal de tijdstap uitlijnen op 1 januari 1970.
Als u tijdsplitsingen wilt creëren die plaatsvonden op elke maandag van 9:00 uur tot 10:00 uur, dan is Tijdstap 1 uur, Hoe vaak wordt de tijdstap herhaald is 1 week en Tijd om de tijdstappen op uit te lijnen is 9:00 uur op maandag.
U kunt statistieken berekenen over objecten die zijn samengevat. Op numerieke velden kunt u het volgende berekenen:
Op stringvelden kunt u het volgende berekenen:
Dit is een tijdelijke parameter voor prerelease om de verwerkende ruimtelijke referentie in te stellen. Veel big data-tools vereisen dat er een geprojecteerd coördinatensysteem wordt gebruikt als ruimtelijke referentie voor verwerking. Standaard gebruikt de tool het invoercoördinaatsysteem maar zal falen als het een geografisch coördinaatsysteem is. Voer de WKID in om een ​​geprojecteerd coördinaatsysteem in te stellen. Bijvoorbeeld Web Mercator worden ingevoerd als 3857.
GeoAnalytische resultaten worden opgeslagen in een ArcGIS Data Store en weergegeven als een objectlaag in Portal for ArcGIS. In de meeste gevallen moeten de resultaten worden opgeslagen in de spatiotemporele data-opslag en dit is de standaardinstelling. In sommige gevallen is het opslaan van de resultaten in de relationele data-opslag een goede optie. Hier volgen redenen waarom u resultaten zou willen opslaan in een relationele data-opslag:
U moet geen gebruik maken van een relationele data-opslag als u verwacht dat uw GeoAnalytics-resultaten toenemen en u wilt profiteren van de mogelijkheden van de spatiotemporele big data-opslag om grote hoeveelheden gegevens te verwerken.
Dit is de naam van de kaartlaag die in Mijn Content wordt gemaakt en aan de kaart wordt toegevoegd. De standaardnaam is gebaseerd op de toolnaam en de naam van de invoerlaag. Als de laag al bestaat, zal de tool falen.
Als u in de vervolgkeuzelijst Resultaat opslaan gebruikt, kunt u de naam opgeven van een map in Mijn Content waarin het resultaat wordt opgeslagen.